Archive for the 'Albums' Category

Blood Red Shoes – In Time To Voices

Sommige dingen veranderen nooit, en met hun nieuwe single “Cold” leken Blood Red Shoes perfect in dat genre te passen. Echter, singles kunnen misleidend zijn. Hoewel er nog steeds een duidelijke en vertrouwde BRS-stempel op het nieuwe album In Time To Voices staat gedrukt, is de band wel degelijk geëvolueerd. De nummers zijn, behalve het intens agressieve “Je Me Perds“, rustiger en afgewogener dan we gewend zijn van dit boy-girl duo. De lijn die met het sophomore-album Fire Like This is ingezet wordt vervolgd en de agressie waar ze altijd om geroemd werden is duidelijk minder geworden. Hoewel dit nieuwe geluid niet per se minder plezant is om naar te luisteren, is het wel zodanig anders dat de gebruikelijke verwachtingen van een Blood Red Shoes-album of -show zeker herzien dienen te worden. De tijd zal leren of de fans hun rustigere gok kunnen waarderen.

01. Cold – Blood Red Shoes by Republic of Music

White Rabbits – Milk Famous

Ooit was White Rabbits een uitzonderlijke band. Hun debuut Fort Nightly was een briljante verzameling van catchy, brutale en altijd onvoorspelbare popnummers die zonder grootdoenerij grandioos wisten te klinken. Voeg hier de meer dan capabele muzikanten, twee (!) drummers en zeer intense live-shows aan toe en ‘a star is bron’. Of in ieder geval, dat had gekund. De tweede plaat, It’s Frightening, viel vies tegen en nu is er dan een derde: Milk Famous. De plaat tekent zich door minder drumwerk en meer elektronica en hoewel de nummers nog altijd onvoorspelbaar zijn, zijn ze absoluut niet catchy meer. Ze doen te erg hun best om onconventioneel te blijven en verworden daardoor tot middelmatig en enigszins pretentieus. De ingrediënten voor hun eerdere genialiteit zijn nog steeds aanwezig, maar ze weten vrijwel nergens meer de magie die hen eerder zo kenmerkte te heroveren.

White Rabbits – Heavy Metal by foundations

Xiu Xiu – Always

“If you are wasting your life say hi”, steekt Xiu Xiu-frontman Jamie Stewart direct van wal in openingsnummer “Hi”. Het leven volgens deze immer innemende avant-garde popzwaargewicht is nog even zwaarmoedig, zwartgallig en onrechtvaardig als bij de vorige zeven albums die Stewart heeft voortgebracht. Ook op het laatste wapenfeit Always haalt Stewart aangrijpende thema’s aan – we zijn inmiddels niet anders gewend – als vrouwenuitbuiting (“Factory Girl“) mishandeling (“Hi“, “Gul Mudin“), perversiteit (“Smear The Queen“) en natuurlijk zelfmoord (“Chimney’s Afire”). Niks happy-go-lucky, ware het niet dat de toegankelijkheid van nummers als “Joey’s Song” en pianoballade (!) “The Oldness” haast schrikbarend is, een trend die al was gezet op zijn zeer behapbare voorganger Dear God, I Hate Myself (2010). Toch verloochenen Stewart c.s. hun oorsprong niet en trekken weer een arsenaal aan krakende electronica en novelty instruments uit de kast bij het ‘vertrouwd’ klinkende “I Luv Abortion“, “Born to Suffer” en “Black Drum Machine“. Moeilijk te verteren smaakt immers nog altijd het best.

Xiu Xiu – Hi by Polyvinyl Records

Grimes – Visions

De grote popinnovatieprijs moet dit jaar naar Grimes. Afficheerde dit geesteskind van deze jonge Canadese Claire Boucher zich eerder als popcuriositeit met de sympathieke niemendalletjes Geidi Primes en Halfaxa, met het verschijnen van Visions (op het gerenommeerde 4AD-label)  is het menens:  futuristische synthpop die eindelijk eens níet herkauwt, maar vooruitkijkt.  Dit verfrissende geluid komt het best tot zijn recht in de blogtracks “Genesis” en “Oblivion“, die de perfecte synthese vormen tussen atmosferisch elvengezang en dito soundscapes met esoterische, haast oriëntale synthpartijen.  ”Circumambient” vormt het absolute letterlijk en figuurlijke hoogtepunt, waarbij Boucher klinkt als een krolse Minnie Ripperton op een dieet van helium en World Of Warcraft. Paralellen met The Knife en Nite Jewel lijken gauw getrokken, ware het niet dat Grimes de grenzen van de toegankelijkheid van het popmuziekidioom nog  verder oprekt en verkent. Boucher zelf schaart haar muzikale wereldreis onder ‘post-internet’; wij van INDIE INDIE spreken liever van hoopgevende toekomstmuziek.

Grimes, “Oblivion” by selftitledmag

Tashaki Miyaki – Tashaki Miyaki EP

Er kan Tashaki Miyaki niet worden verweten dat ze te inventief te werk is gegaan. Als dan de teksten op deze self-titled EP niet bijzonder vindingrijk blijken te zijn, en  ook deze band uit California komt, zou je denken dat dit de zoveelste  (dertien in een dozijn) dreampop-duo uit het westen van de VS is. En dat is het op zich ook, maar daar heeft de liefhebber maling aan. De door het Londense label The Sounds Of Sweet Nothing uitgebrachte EP  blinkt uit door de minimalistische aanpak, mistroostige stem van Miyaki en het fuzzy gitaarspel. Hoogtepunten zijn “Somethin’ Is Better Than Nothin’” en “Get It Right”, waaruit blijkt dat The Jesus And Mary Chain geen onbekende zijn voor Miyaki en haar gitarist.

Tashaki Miyaki, Get It Right by Danceyrselfcleaner

Odonis Odonis – Hollandaze

Dean Tzenos komt uit Toronto en doet met het album Hollandaze eer aan de stevige punkscene die het Canadese oord rijk is. Tzenos is al zo’n twee jaar bezig met het uitwerken van muzikale ideetjes en dat heeft ondertussen geleid tot zo’n vijftig complete nummers. Daarvan heeft Tzenos een zorgvuldige selectie van elf liedjes op het eerste album van zijn muzikale uitlaatklep Odonis Odonis gezet en dat klinkt veelbelovend. Het is al vaker gezegd, maar de vergelijking met Big Black  en A Place To Bury Strangers is onontkoombaar. Van imitatie is echter geen sprake, daarvoor klinken de nummers net weer wat te eigenzinnig én te surf. Het gedrum is vooral erg industrieel, de zang beklemmend en ook de overdosis reverb mag absoluut niet ontbreken. Het album barst werkelijk uit z’n voegen van de intense geluisuitbarstingen (“Busted Lip”) en scheurende riffs (“Basic Training”). Het volgende album van Odonis Odonis is er al over een paar maanden en als Tzenos niet al zijn kruit al heeft verschoten met Hollandaze belooft dat een hoop moois.

Odonis Odonis – Hollandaze by Odonis Odonis

Thee Oh Sees – Carrion Crawler/The Dream

Als een stel drachtige konijnen werpen de garagerockers Thee Oh Sees met Carrion Crawler/The Dream in relatief korte tijd alweer hun dertiende (!) langspeler uit vol bijdehand garagerock-gebroed. Stond hun (eerder dit jaar uitgekomen) voorganger Castlemania nog vol aardige, compacte songs, slaat dit (oorspronkelijk als dubbel EP geplande) plaatwerk een andere weg in waarbij de broeiende maar donkere nummers soms niet lang genoeg kunnen duren – volgens garagestandaarden welteverstaan. Een snufje psychedelica doet wonderen, moet dit viertal uit San Franciso hebben gedacht, waarbij de associaties met Syd Barrett’s Pink Floyd en United States Of America in de titeltracks de kop opsteken Vergeleken met deze uitstapjes met piepende saxofoons en instrumentaaltje “Chem-Farmer”, lijken de ‘gebruikelijke’ garagetracks als “Opposition” en “Heavy Doctor” een – zij het zeer geslaagde – vingeroefening. Galmend hoogtepunt “Robber Barons” is niets meer dan een traktatie. De houdbaarheidsdatum van de garagehype is nog lang niet verstreken. Gelukkig maar.

Thee Oh Sees – “The Dream” by rockedition

Blouse – Blouse

Het relatief jonge Blouse (ze bestaan nog geen anderhalf jaar) heeft niet stil gezeten en verblijdt de wereld nu al met een eerste, titelloze, langspeler. Hoewel ze afkomstig zijn uit grunge-bakermat Portland, had de dromerige wave-pop van dit trio niet verder van Oregon’s ‘signature-music’ af kunnen staan. De synthesizers overheersen en de bas doet vooral denken aan minimalistische bands als Joy Division en The Cure. Deze laatste hoor je vooral terug in de sterke single “Time Travel”. Wat deze band apart maakt is de combinatie van de donkere wave met de stem van zangeres Charlie Hilton. Hoewel zeker niet vrolijk, weet ze de muziek toch een speels randje te geven. Het enige echte minpunt is dat de plaat iets te clean is afgemixt en daardoor het geheel wat afstandelijk overkomt, maar gezien de kwaliteit van de nummers kan daar wel doorheen worden geluisterd.

Time Travel by BLOUSE

Headphone – Woods

Slick. Smooth. Sexy. Niet alleen het image, de kleding, en de gladde kapsels van de heren Headphone vallen onder deze noemers, maar ook hun tweede plaat, Woods. Na hun uitstekende debuut Ghostwriter lag de lat erg hoog, maar de nieuwe langspeler stelt niet teleur. De band is verkleind van vijf naar drie leden en ze hebben nu definitief het pad van de elektronica gekozen. De muziek lijkt hier alleen maar baat bij te hebben. Frontman Ian Marien klinkt zo gepijnigd als nooit tevoren en de dreigende sfeer die uitgaat van de composities onderstrepen zijn marteling nogmaals. Echter, deprimerend is de plaat zeker niet. De nummers zijn zeer ruimtelijk en zeker de toevoeging van strijkers op een aantal nummers maken het geheel meer tot een goed geschreven tragedie dan tot een klaagzang. Dit, plus het feit dat Marien en consorten gewoon heel erg goed zijn in het schrijven van pakkende, maar niet voorspelbare nummers, maken de tweede Headphone tot een absolute aanrader.

NEW SINGLE – WOODS by headphone-music

Big Troubles – Romantic Comedy

Big Troubles is niet heel anders dan alle andere kindjes uit de indieklas van Slumberland (The Pains Of Being Pure At Heart, Weekend, Veronica Falls, Brilliant Colors). Luisterend naar hun tweede album Romantic Comedy blijkt namelijk al vrij snel dat Big Troubles, zoals het een Slumberlandband betaamd,  evenzo hard teruggrijpen naar de dromerige gitaarpop die hoogtij vierde in de jaren negentig. Inclusief kwetsbare vocalen en scherpe shoegazeranden. Big Troubles is een band die aan alle kanten retromania ademt, zonder dat het stoort. Originaliteit is absoluut een pré, maar als je als jonge band nostalgie op verslavende wijze weet te vatten in doordachte popliedjes telt vooral het gevoel. En dat gevoel is goed. Big Troubles schiet nergens uit de bocht, maar weet zweverige klanken op de juiste momenten over te laten gaan naar dissonante gitaaruitbarstingen. Romantic Comedy is retromania op zijn best.

Big Troubles – Misery by Slumberland Records

Youth Lagoon – The Year Of Hibernation

Met de komst van The Year of Hibernation is Trevor Powers, de 22-jarige maker van deze plaat, iemand om in de gaten te houden. Dit thuis opgenomen debuut wordt door Powers neerzet als een grote dagdroom. Met een slepende piano en de zachte, breekbare stem van Powers doet Youth Lagoon veel denken aan The Antlers. De grote hoeveelheid reverb die door het hele album te horen is, houdt alles bij elkaar en zorgt dat de plaat een vertrouwd tintje meekrijgt. Alles klopt aan dit debuut. De instrumenten, de melodieën, de teksten. Het past bij elkaar. Met een totale duur van vijfendertig minuten is het een plaat die je zo een aantal keer achter elkaar opzet. The Year of Hibernation zou zomaar het beste debuut van dit jaar kunnen zijn.

Cannons by Youth Lagoon

Veronica Falls – Veronica Falls

Vaak gebrandmerkt als het Britse antwoord op bands als Best Coast en Vivian Girls, belichaamt Veronica Falls toch meer dan strakke DIY indiepop. Op hun langverwachte, naamloze debuut is dit element zeker aanwezig, maar de namen die het hardste doorklinken zijn die van jaren tachtig iconen Siouxie and the Banshees en, iets later, Pixies. Enerzijds geeft de galmende sfeer, de ietwat valse gitaren en de onconventionele akkoordenschema’s een niet te miskennen new-wave geluid, waarbij het slechts nog ontbreekt aan een pikzwarte ragebol en witbleke make-up van frontvrouw Roxanne Clifford. Anderzijds doet vooral de samenzang tussen Clifford en gitarist James Hoare denken aan Black Francis en consorten. Hoewel het klinkt als een herhalingsoefening weet Veronica Falls het fris en vrij vrolijk neer te zetten, waarbij niet alles even interessant is, maar geen moment saai.

Veronica Falls – Bad Feeling by Slumberland Records

Balam Acab – Wander / Wonder

Na de uitstekend ontvangen EP See Birds, is er nu eindelijk een langspeler van het one-man-project Balam Acab, Wander Wonder. De 20-jarige, uit small-town Pennsylvania afkomstige Alec Koone typeert zijn muziek als ‘healing’. De hypnotiserende geluiden, de rustgevende maar uiterst donkere sfeer die de muziek uitstraalt en de vaak klassieke, of zelfs religieus aandoende zang werken inderdaad zeer rustgevend. Of het helend werkt is maar de vraag. Dat wat de ene luisteraar als een gezonde dosis doem zal ervaren, klinkt voor de ander wellicht te claustrofobisch. Hoewel niet direct depressief, is er weinig hoopvols te vinden in de muziek van Koone. Dit duistere is meteen een van de kenmerken van het vage mini-genre waar Balam Acab tot wordt gerekend: Witch House. Een genre dat stevig gestoeld is in de dub-step sfeer, maar net te duister is om Alec Koone tot dezelfde hoogte als vergelijkbaar wonderkind James Blake te brengen.

Balam Acab: “Motion” by alteredzones

Bombay Bicycle Club – A Different Kind Of Fix

Hip, fris, spannend, verslavend: het zijn maar een paar begrippen uit het arsenaal van lof dat de pers uitsprak over debuut I Had the Blues But I Shook Them Loose (2009) van Bombay Bicycle Club; een CD van begin tot eind gevuld met aanstekelijke en verfrissende popliedjes. Na het wat flauwe akoestisch tussendoortje Flaws (2010) kwam op 29 augustus de langverwachte volwaardige langspeler uit. Hoewel de naam misschien anders doet vermoeden is A Different  Kind of Fix wel degelijk wat je van Bombay Bicycle Club gewend bent, maar met wat ruimte voor experiment. De catchy indiepop wordt afgewisseld en aangevuld door folky zangharmonieën (“Beggars”, “Fracture”), een piano ballade (“Still”) hier en daar een knipoog naar Foals’ Total Life Forever. Voor sommigen zal de afwisseling een verademing zijn, maar het zorgt er ook voor dat de CD minder als een album klinkt en meer als een collectie van geweldige, goede en minder goede liedjes.

Bombay Bicycle Club – How Can You Swallow So Much by b6gre

The War On Drugs – Slave Ambient

The War On Drugs bracht in 2008 met hun debuut al een fijne mix van psychedelica en folkmuziek, en verandert met Slave Ambient niet veel aan dit concept. Slave Ambient is zeer repeterend en klinkt daardoor hypnotiserend en bezwerend, zonder daarmee aan toegankelijkheid in te boeten. Integendeel, door de heldere productie luistert dit album makkelijker weg dan Wagonwheel Blues. Talloze syntheziser- en gitaarlagen worden gestapeld op een monotoon stuwend ritme waarover frontman Adam Granduciel met zijn nasale stemgeluid zingt zoals Dylan dat in zijn jonge jaren deed. Door gebrek aan echte uitschieters klinkt Slave Ambient bij vlagen misschien wat te repeterend, maar het geheel is zo meeslepend dat dit eigenlijk niet stoort. The War On Drugs bewijst met haar tweede plaat dat zij zonder ex-bandlid Kurt Vile, die eerder dit jaar het bewierookte Smoke Ring For My Halo uitbracht, nog minstens zulke goede nummers kunnen schrijven.

The War on Drugs – Baby Missiles by edin2sun

Male Bonding – Endless Now

Enige tijd geleden verschenen de singles “Bones” en “Tame The Sun” al op de internets, en nu is dat het geval voor het gehele nieuwe album van de Londense band. Voor liefhebbers van Dinosaur Jr. en soortgelijke acts een absolute must om live te zien dit jaar. En dat kan: op vijf oktober in Amsterdam en zes oktober in Tilburg. Net als debuutalbum Nothing Hurts uit 2010 staat haar opvolger vol met even gruizige als catchy nummers met een directheid die je niet veel hoort. Ook op Endless Now is Male Bonding niet vies van een hook meer of minder, maar overdrijft het niet. De LP is als geheel minder meeslepend dan haar voorganger, maar heeft qua energie niet ingeboet. Door de prominente plaats voor de gitaren is Endless Now een plaat met ballen. Dit is mede het werk van producer John Angello (Thurston Moore, Dinosaur Jr.).

Male Bonding – Bones by subpop

I Break Horses – Hearts

Drie jaar hebben Maria Lindén en Fredrik Balck in Stockholm gesleuteld aan wat uiteindelijk het debuutalbum van I Break Horses is geworden. Een beeldschoon album waarop de betere shoegaze à la My Bloody Valentine en Slowdive wordt gecombineerd met een flinke scheut elektronica. Het gevolg is een sterk album dat door kan als de soundtrack voor de gemiddelde Sofia Coppola film. Sfeervolle ambient wordt afgewisseld met steviger gitaargeluid en dromerige synthlijnen. De vrouwelijke stem van Lindén drijft altijd diep in de met reverb en tremolo overladen gitaarlagen, wat het album flink dromerig en zelfs een tikkeltje mysterieus maakt. I Break Horses is op momenten moeilijk te doorgronden, getuige het in een pulserende geluidsorkaan eindigende “Wired”, maar kan op momenten ook heerlijk poppy klinken (“Pulse”, “Empty Bottles”). Het album wordt afgesloten met het wonderschone “No Way Outro”, waar laag voor laag een climax wordt opgebouwd om vervolgens langzaam maar zeker weer in de duisternis te verdwijnen.

I Break Horses – Hearts (Bella Union) by Independent Label Market

No Joy – Ghost Blonde

Het is niet moeilijk om een gitaar onder te dompelen in een eindeloze hoeveelheid gruis en bakken feedback. Het is wel moeilijk om het creëren van herrie een originele wending te geven. Sonic Youth imiteren kan immers iedereen en verdient absoluut geen lof als er voor de rest niks wordt toegevoegd. De twee dames die de basis vormen van No Joy krijgen het voor elkaar hun gruizige liedjes stuk voor stuk spannend te maken, zonder te vervallen in het kopiëren van hun inspiratiebronnen uit de jaren negentig. Dat doen ze door de ogenschijnlijk eenvoudige lading herrie te voorzien van warme surfklanken, onverwachte tempowisselingen, zweverige effecten en opgewekte gitaarriffs. Er wordt ook gezongen, maar dat ligt zo diep onder een deken van herhalende gitaarlagen en partijen noise verstopt dat het vaak onverstaanbaar is. Het stoort ook niet. Het voortdenderende gitaargeweld maakt Ghost Blonde al verslavend genoeg.

No Joy – Hawaii by Le parallèle

Is Tropical – Native To

Het bijzondere aan Native To, debuutalbum van het Londense drietal Is Tropical, is dat het album vol staat met dansbare zomerhits waarop weinig gedanst gaat worden (‘The Greeks”, “What???”, “Seasick Mutiny”). De band drijft onstuimig mee op de vloedgolf aan elektropop die mede dankzij het succes van MGMT ondertussen gigantisch is. Bij Is Tropical ligt de nadruk vooral op harde beats en stevige synthlijnen, ondersteund door vervormd gitaargeluid. En dat dan op hoog tempo en net wat rauwer dan de gemiddelde elektropopband. Ook als het tempo omlaag gaat is daar altijd een dreunende bas die de boel op scherp houdt. Vooral in “I’ll Take My Chances” wordt zowaar een heuse muur opgetrokken die bij het juiste volume zijn uitwerking heeft op de maag. Waarschijnlijk zal die ongedwongen rauwheid Is Tropical (helaas) niet meer dan wat veren in de bips opleveren van een bescheiden groep liefhebbers.

Is Tropical – South Pacific by The Recommender

Washed Out – Within and Without

Met het album Within and Without heeft Washed Out voor een waardige opvolger gezorgd voor de EP Life of Leisure, welke al eind 2009 werd uitgebracht. Als een van de vlaggendragers van het Chillwave (!) genre, naast artiesten als Small Black, Neon Indian en Toro Y Moi, is Ernest Greene dit ook min of meer aan zijn stand verplicht. In tegenstelling tot het MGMT-eske “New Theory” en “Feel It All Around”, zijn er op de nieuwe langspeler geen erg hitgevoelige nummers te vinden. Al komt “Amor Fati” in de buurt. Toch is het overduidelijk dat Washed Out ervoor heeft gekozen om van Within and Without een dromerige waas te maken waarin deze zomer kan worden weggedroomd. Greene heeft een debuut afgeleverd waarop eens temeer de ogen kunnen worden gesloten, maar genoeg elementen bevat om te luisteraar niet teveel te laten afdwalen.