Author Archive for Ruben Braeken

Life Savings – Endings

Laten we er kort en duidelijke over zijn: de drie heren van Life Savings houden ervan om te rocken. Dat zeggen ze weliswaar zelf, maar al na één luisterbeurt van hun EP Endings weerspreken we dat geenszins. Het trio uit stadsgewest Haaglanden bestaat uit leden van noiserock bands als Boutros Bubba en Katadreuffe, die zich bedienen van een soort droogneukerij van delicaat-manische jaren negentig rock. Denk aan het betere hak- en smijtwerk van Touch & Go records (The Jesus Lizard, Naked Raygun, Shellac); Life Savings sluit bijna naadloos aan het bij het rijtje met hun gortdroge drum- en gitaargeluid, die in opener “Heydays & Maydays” verrassend melodieus je gehoorwerk binnendruppelt.  Niet in de laatste plaats is dat te danken aan de zang van vocalist/gitarist Gabry de Waaij, die soms iets weg heeft van door een intercom uitgeproeste smeekbede. Aan overtuigingsdrang geen gebrek, eerder een flink staaltje Haagse bluf die niet verveelt.

 

‘Endings’ van Life Savings kwam op 3 april uit op Narrominded.

INDIE INDIE agenda – april 2014

April doet wat ie wil, luidt het cliché. Leuk en aardig, maar een beetje sturing in het leven kan geen kwaad. Bij het samenstellen van deze agenda gonsde steeds de omstreden leus ‘minder, minder’ door ons hoofd. Minder hipsters, minder indie, minder postmoderne K-pop ironie, minder ongeïnspireerde protools-pop. Zoveel aanbod, zo weinig echte keus. Afgezien van het SOTU-festival, SOMMIGE bands op Motel Mozaique (denk aan de eyecandy van La Luz), het te snel uitverkochte Roadburn, valt er tussen de regels wel wat spannends te beleven. Thuisblijven kan altijd nog.

Angel Olson

Zondag 6 april, Paradiso (kleine zaal), Amsterdam

Burn Your Fire For No Witness is het perfecte moederdag cadeau. Americana Folk waar het stoffige sentiment plaats maakt voor een scherp randje. Gelukkig beschikt Angel Olsen over een betere country ‘snik’ dan haar sparerib vretende collega’s uit Nashville (om maar te zwijgen van onze Eurovisie-kandidaten). Kan ook niet anders; deze gevallen engel (om maar weer een gemakzuchtig cliché erbij te halen) was eerder op sleeptouw genomen door niemand minder Bonnie “Prince” Billy. Hopelijk komen daar later mooie kinderen uit voort.


Continue reading ‘INDIE INDIE agenda – april 2014′

INDIE INDIE agenda – februari 2014

Een concertagenda online zetten op de vijfde dag van de kortste maand is simpelweg, eh, kortdag. Het is ook niet tactisch als je concertdagen achter elkaar aanbeveelt. Hoef je ons niet uit te leggen. Het leven is nou eenmaal niet geslaagd zonder gemiste kansen. Toch vinden we dat je onderstaande concerten niet mag missen. De nadruk op ‘mag’, het ‘moeten’ laten we aan andere (lees: met subsidie/sponsoring volgeblafte) blogs over. Continue reading ‘INDIE INDIE agenda – februari 2014′

INDIE INDIE agenda – januari 2014

Voor wie het lawaai van de talloze duizendklappers, romeinse kaarsen en strijkers van de afgelopen jaarwisseling niet oorverdovend genoeg was, zal INDIE INDIE jullie ook in 2014 op de hoogte houden van het nodige muzikale vuurwerk. Zo ook op de talloze podia, festivalletjes en vochtige kelders waar ongetwijfeld een aantal next big things of local heroes hun opwachting zullen maken voor anderhalf hipster en een paardenkop. ANYHOER, januari staat in het teken van een aantal oudgedienden of mensen die al een tijdje aan de weg timmeren. Maakt ons niet uit, wij houden wel van rijp fruit. Op oude fietsen moet je het nota bene leren, toch? Continue reading ‘INDIE INDIE agenda – januari 2014′

Hydrus – Nodes

Geheel indruisend tegen de wetten van moeder Aarde werpt de boom van Narrominded na de zomer zijn sappigste vruchten af: waar dit vaderlandse label ons in september mocht trakteren op de magistrale synthesizer-ambacht van Hunter ComplexHeat (onlangs nog te bewonderen op INDIE INDIE in Malasch, maar dat terzijde) worden we ditmaal volgestopt met de warmbloedige IDM van Hydrus. Zes jaar hadden de twee heren nodig met hun zelf-geprogrammeerde software om te schaven en beitelen aan het zeer korte Nodes. Het resultaat: zes rijk gevarieerde nummers  die ondanks hun elektronische gelaagdheid en multidimensionale precisie nergens verzanden in oninteressant kommageneuk.  Integendeel: de elektronische mikado van soppende bassen, sferische synthesizers en algebraïsche beats geven de nummers een menselijke injectie waarvoor de meest conservatieve liefhebbers van ‘traditionele’ instrumenten nog voor de bijl zouden gaan. Zo is opener “Vertex” niets minder dan een moderne jazzcompositie in een digitaal omniversum, en klinken de virtuele glitches en samples van hoogtepunt “Micronaut” alsof een virtueel engeltje in je oren pist. Het duister doorstampende “Drose” vertoont akelig veel kenmerken van een floorfiller, hoewel het valt te bevragen of we met deze term de heren van Hydrus niet op hun ziel trappen. Eigen schuld, ze zijn immers zelf verantwoordelijk voor de meest dansbare elektronische plaat van 2013.

Frankie Rose – Herein Wild

Soms kan een gebrek aan voorpret funest zijn bij het uitkomen van een nieuwe plaat. Zeker als deze voorpret de nieuwe plaat van Frankie Rose betreft. De nieuwe nummers die voorafgaand aan het uitkomen van haar derde langspeler Herein Wild (de plaat met The Outs meegerekend, wat kan het u nou verrotten) op internet verschenen, “Sorrow” en “Street of Dreams” (een belabberde cover van het even belabberde origineel van The Damned) neigden zodanig naar zelfplagiaat dat we ons meer verheugden op een nieuwe Miley Cyrus twerk-aerobics-dvd. Het gebruik van drumcomputers en een typische new wave-vibe maakten het er niet beter op, juist omdat de pastorale garagepop van de prima plaat Interstellar (2012) op z’n minst een verademing was. De aanvankelijke teleurstelling valt op deze laatste worp gelukkig toch nog mee. Minder garage dan haar voorgangers weet La Rose nummers als opener “You For Me“, “The Depths” en “Heaven” (nomen est omen) met weinig middelen groots en toch luchtig te laten klinken; niet meer dan een hook, haar engelenstem en een liter galm zijn nodig om je door haar orkestrale pop te laten onderdompelen. Zelfs de new wavey vorm van de pakkende “Into Blue” en “Minor Times” – denk aan The Cure die wijlen Broadcast‘s Trish Keenan begeleidt – stoort ineens niet meer. En in de ballades “Heaven” en de waardige afsluiter “Requiem” (met een trompetsolo waar de romantiek van afdruipt) floreert Frankie als vrouwelijke crooner. Aan napret geen gebrek.

II: The Icarus Line

Al ruim 15 jaar staat The Icarus Line uit L.A. garant voor de meest scherpe, compromisloze gitaarrock van het Westelijk Halfrond. En dan zijn we nog niet begonnen over hun destructieve optreden. Onlangs maakten ze hun zelfbenoemde predicaat ‘Last Rock ‘n Roll Gang’ meer dan waar toen ze in hun hometown, als voorprogramma van The Cult, het boe-roepende publiek trakteerden op een halfuur durende feedback-symfonie in de traditie van Stooges’ “LA Blues“. Continue reading ‘II: The Icarus Line’

The Icarus Line – Slave Vows

Als The Icarus Line – de constant roulerende rebellenclub uit Los Angeles rondom opperschelm Joe Cardamone – de afgelopen 15 jaar iets aan de lijve heeft ervaren, is dat gerechtigheid in de vorm van erkenning en bekendheid van platen die er echt toe doen maar een schaarse bedoeling is. Waar het agressieve gehakketak van Mono (2001) door hun destructieve tornado-optredens nog een lichte buzz creëerde, zorgde het alles verpletterende Penance Soiree (2004) niet voor de muzikale aardbeving die het nog steeds in zich draagt. Dit post-milleniale meesterwerk bracht alle elementen samen dat een rock ‘n roll tot het meest sexy en weerbarstige levensgevoel maakt: nachtelijk gevaar, adolescente ranzigheid, muzikale gelaagdheid, zelfdestructie en tegelijkertijd intelligent uitdagend met de nodige straat know how. Het allesverscheurende gitaargeweld maakte de klassieker af, maar tevergeefs; het was misschien teveel voor de muziekpers, die de weg van de minste weerstand koos in de bakvissen-kolder van The Strokes en Franz Ferdinand. Waar Joe Cardamone in “Sin Man Sick Blues” (Wildlife, 2011) rock ‘n roll beschreef als een ‘bitch with no hope’, spreekt hij zich op de vijfde langspeler Slave Vows tegen. Gelukkig maar.

Niet meer dan 8 nummers van het kaliber ‘slash-and-burn’ zijn nodig om de hoop weer te doen leven, waarvan de helft zich niet onder de veilige vier minuten-zone bevinden. Het begin van opener “Dark Circles” is tekenend voor Slave Vows; aftrappend met een salvo van feedback, zoeken de telkens meer sidderende tremolo-gitaren, roterende baslijnen en drums als een leger zweepslagen in 11 minuten de pijngrens op bij de luisteraar. Alsof een karavaan met The Bad Seeds en Funkadelic als hongerige coyotes ronddolen door Death Valley. “Marathon Man” doet er een schepje bovenop en komt in een orgie van free-jazz, noise en psychedelica tot een nietsontziende eruptie. Het kan allemaal nog voller, agressiever en uitzinniger: zelden klonk woestijnrock zo overrompeld en kosmisch.

Zijn we hierdoor niet genoeg uitgewoond, dendert de B-kant met “Dead Body” nog door dat het een aard heeft. Zoals we gewend zijn van The Icarus Line, tapt Cardamone uit verschillende vaatjes van de oude meesters om recht te doen aan veertig jaar punk en noise. Zo ook in het onheilspellende “No Money Music”, dat ons binnen twee minuten met dichtgeknepen strot een stoomcursus Suicide voorschotelt (en dat terwijl Dirty Beaches een heel oeuvre voor nodig heeft). Voor wie een dagelijkse dosis The Seer van Swans te gortig is, kan goed terecht bij het beter behapbare “City Job” dat qua kippenvel en donderkracht er amper aan onderdoet.

Afsluiter “Rat’s Ass” bedient zich van meer Raw Power dan alle van-dik-hout-zaagt-men-planken garagebandjes die de rock ‘n roll-geest hoog moeten houden: met een fuzz zo knetterend als een kettingzaag wordt het album besloten met hypersonisch bukkake. Vedettes als Iggy Pop, Nick Cave (Grinderwie??) en Mick Jagger kunnen met een gerust hart de fakkel doorgeven en van hun welverdiende pensioen genieten. Alle ruimte voor Slave Vows. Dát noemen wij gerechtigheid.

Hunter Complex – Heat

Beoordeel nooit de smaak van het vlees aan de kwaliteit van het hakmes. Toch loopt het water bij voorbaat ons al in de mond wanneer we ons vergapen aan de achterkant van Hunter Complex nieuwe plaat(hoes): een indrukwekkende lijst van vintage synthesizers en drummachines die als gerei dienen voor een fraai staaltje popvakmanschap. Het muzikale alter ego van Lars Meijer (Larz, Psychon, Living Ornaments) toont zich op Heat als een waar connaisseur van de ambachtelijk synthesizerpop  waar grootmeesters als Giorgo Moroder en Art of Noise voor de val van het IJzeren Gordijn in uitblonken. Tijd voor Hunter Complex om de draad weer op te pikken.

Waar retro-pocherij van sommige Nederlandse musici algauw uitmondt in vonkloze pastiche pop (we kijken naar jullie, Gardner en Knol..), verzandt  Heat nergens in transparante kitsch. De titeltrack doet zijn naam eer aan als de ijzige synth-klanken zich als een warme deken om de luisteraar heen wikkelt. Het kan niet anders of de magistraal stralende synthesizers van “Space” en “Atlantic” gonsde door het hoofd van Wubbo Ockels toen hij Aarde bekeek vanuit de Challenger. Naast de kosmische romantiek van “Room” en hoogtepunt “Stations” is Hunter Complex verre vies van filmische elementen, zoals in de future noir van “China Rain”, dat niet misstaat als soundtrack van een John Carpenter-film (minus vechtscènes). Dankzij wonderschone platen als Heat kunnen we voorlopig blijven teren op de gouden erfenis van de eighties.

 

 

The Aquadolls – So High

Voor wie de warme zomer (if only..) nog te ver van z’n bed is, kan met de tweede single “So High” van The Aquadolls de Californische zomerbries nu al in huis halen. “So High” en eerste single “Our Love Will Always Remain” zijn onderdeel van de digitale release Stoked On You dat 14 juni op de virtuele markt verschijnt.

The Non Travellin’ Band – Two Hands Full Of Fingers

The Non Travellin’ Band bewijst maar eens dat psychedelica een blijvertje is. De band uit Madison, Wisconsin bracht onlangs hun debuut Never Prayed Once uit (op cassettetape!) op het label Moon Glyph. Bekijk hieronder de clip van “Two Hands Full Of Fingers”.

 

The Non Travellin’ Band – “Two Hands Full of Fingers” from Moon Glyph on Vimeo.

Hunter Complex – Space

Nederlands’ synthesizer-fenomeen Hunter Complex verbreekt de stilte met zijn nieuwe single “Space”. Dit voorproefje komt op het veelbelovende album Heat dat pas in augustus verschijnt op Narrominded.

Dirty Beaches – Drifters/Love Is The Devil

Het hoogste woord mag er uit: Dirty BeachesAlex Zhang Hungtai is zonder meer de grootste Suicide-adept van het noordelijk halfrond. Was voorganger Badlands (2011) al flink voorzien van een galmende mompel- en krijs voortdracht waar Alan Vega patent op heeft, lijkt dubbelaar Drifters/Love Is The Devil de eerste twee Suicideplaten als beginpunt te nemen. Hoewel deze invloed vooral op de eerste schijf aanwezig blijft, geeft Hungtai zo nodig een exotische en filmische draai aan de pulserende hartslagloops (“Nightwalk”, “Au Revoir Mon Visage”) en synthgeweld (alsof in “Belgrade” een fakir zijn fluit dood wurgt). Als Taxi Driver zich zou afspelen in de schimmige wijken van Taipei, Bangkok of een andere Aziatische metropool waar het neonlicht ‘s nachts de sekstoeristen aantrekt als stroop vliegen, is dit dé soundtrack. Tijdens het episch maar grimmige “Mirage Hall” krijg je 10 minuten lang het beklemmende gevoel van een achtervolging door een verwarde man; je voelt zowaar zijn droge speeksel in je nek. Op de tweede schijf Love Is The Devil zet Hungtai de sferische lijn voort met nodig abstractere soundscapes en loops, maar niet minder spannend. Een open sollicitatie als filmcomponist (al eerder niet onverdienstelijk geflikt bij Waterpark), die even mysterieus als melancholisch kan klinken. Met deze dubbelplaat hebben we soundtrack in handen van de beste film die nog moet verschijnen. Wie biedt zich aan?

Magic Wands – 1964 (Love Soldier, Remember A Day)

Primal Scream – 2013 (Andrew Weatherall Remix)

Wat we tot nu hebben gehoord van Primal Scream’s plaat More Light (releasedatum: 13 mei 2013) slaat de plank alweer mis. Gelukkig maakt deze remix van “2013″ door Andrew Weatherall (Two Lone Swordsmen) veel goed. Lang leve de saxofoon!

Wavves – Afraid Of Heights

Wavves‘ laatste EP Life Sux deed zijn naam eer aan: als deze vluchtige faux-grunge een voorbode was op wat Nathan Williams ons te bieden heeft, zuigt het leven inderdaad als een tandeloze heroïnehoer. Het nieuwe plaatwerk Afraid Of Heights haalt de schade ruimschoots in en past prima in de lijn van de vorige drie full lengths. Hoe kan het ook anders, met behulp van producer John Hill (Christina Aguilera! Rihanna!) doet Nathan Williams waar hij zoals gewoonlijk in excelleert: catchy nummers schrijven waarbij je door de hooks het bos niet meer ziet. Zo ook in opener “Sail To The Sun“, waarbij na wat speeldoos-getinkel het nummer na een wavy baslijn als een ramkraak binnen torpedeert. De tegen het gelikte aan schurende bombastische productie van Hill past goed bij de opgevoerde pop van Wavves. Williams is wat het schrijven van kleine popmonumentjes betreft, om met een vies woord te spreken, meer richting volle wasdom gekomen. Zo neemt Wavves in “Demons To Lean On“, “That’s On Me” en het titelnummer eens de tijd om de gebruikelijk 3 minuten grens te overschrijden, wat de Pixiesdynamica-formule naar een hoger plan tilt. Waar Williams de verschillende uithoeken van het popidioom-in-de-hoogste-versnelling verkent (van de gezapige Troggsliedjes als “Cop” tot de ‘vertrouwde’ lo-fi van “Mystic“), blijven de teksten van een beschamend infantiel kaliber a la “De wereld begrijpt mij niet” of “Het enige wat ik wil is high worden”. Onbegrijpelijk voor iemand die iedere nacht op Bethany Cosentino (Best Coast) mag liggen. Jammer dat hij tekstueel er nog geen haar op heeft, want Wavves kan zich inmiddels muzikaal meten aan andere rock-grootwichten.

Queens Of The Stone Age – My God Is The Sun

Onze  Koningin is bijna afgetreden, lang leve koning Josh Homme c.s.! QOTSA’s nieuwe nummer My God Is The Sun staat op het album “…Like Clockwork“, dat 4 juni verschijnt op Matador.

Giant Drag – Waking Up Is Hard To Do

Waking up is hard to do. Voor uw recensent is dit ook vanmorgen weer een waarheid als een spreekwoordelijke koe. Gelukkig haalt Giant Drag’s Annie Hardy ons voorgoed uit de ochtenddepressie. Zeven jaar na de sublieme debuutplaat Hearts & Unicorns (met Swansong EP uit 2010 als tussenstop) bewijst Hardy  in de tussentijd allesbehalve dan op één oor heeft gelegen. Met zielsverwant Joe Cardamone (The Icarus Line, Souls She Said) achter de knoppen, verruilt ze de dichtgesmeerde Breeders-rock voor meer ruimte voor Hardy’s plagerige mauw stem. Mauw stem? Luister maar naar “We Like The Weather” en (natuurlijk) “Mweoh“, waarin Hardy klinkt als een teleurgesteld poesje dat geen takje peterselie bij haar Sheba krijgt. Mauwende poezen bijten weliswaar niet, Hardy’s gitaargeluid krabt je open als een vals mormel: van het venijnig knarsende “Firestorm” tot de huppelende glamrock van “Sobriety Is A Sobering Experience” (nog zo’n koeienwaarheid..) krijgen een welkome remedie tegen alle menstruerende meisjesdroompop – we noemen maar geen namen – waar we nooit om hebben gevraagd. Neen, in hoogtepunt en afsluiter “Seen The Light” laat Hardy, onder begeleiding van een gospelkoor en een bevergeile Purple Rain-gitaar, ons weten dat er aan het eind van de tunnel nog steeds licht brandt. We hebben weer een goede reden om op te staan.

Mary Ocher + Your Government – Man vs. Air

De Russisch-Israelische omnivoor Mary Ocher zette onlangs met haar nieuwe band Your Government deze korte video van “Man vs. Air” op het interweb. Geproduceerd door garagegeweldenaar King Khan. Naar eigen zeggen is ze uit op werelddominantie. Onze dagen zijn geteld.

My Bloody Valentine – m b v

Na 21 jaar wachten, een handjevol reunietournees en het aanhoren van vuilnishopen aan slappe nu-gazebands, roept My Bloody Valentine ons wachten op nieuw materiaal een halt toe. En wel met het verre van tegenvallende m b v. Alsof het geduld van hun luisteraar niet genoeg op de proef werd gesteld, crashte als klap op de vuurpijl de download server van MBV’s huispagina. Muzikaal valt de crash reuze mee, m b v pikt de draad op waarmee zij op het epische Loveless (1991) eindigden. De ingetogen opener  ”she found now” klinkt daarom misschien zo vertrouwd, wanneer je jezelf gelijk voelt opgeslokt door de uit duizenden herkenbare gitaarnoise-lawines en Kevin Shield’s serene zang. Drums, en Bilinda Butcher’s zalvende fluisterzang, doen pas hun intrede bij opvolger “only tomorrow”. Al gauw merk je dat hun nimmer geëvenaarde shoegaze geluid onderhevig is aan slijtage of voorspelbaarheid. Waar de a-kant met zijn lang uitgesponnen nummers nog min of meer voortborduurt op Loveless, en er gas wordt teruggenomen op “is this and yes” en “if i am”, gaan alle sluizen open vanaf hoogtepunt “in another way”, een euforische MDMA-kick van vijf en een halve minuut gegoten in nullen en enen. Het album eindigt als een steeds harder roterende wervelwind, waarin zwaar gefilterde drum ‘n bass-ritmes de luisteraar met een rotvaart uit z’n schoenen sleuren. Kevin Shields hoeft maar twintig jaar naar zijn schoenen te staren, het resultaat zal toch altijd hemels zijn.