Author Archive for Ruben Braeken

Magic Wands – 1964 (Love Soldier, Remember A Day)

Primal Scream – 2013 (Andrew Weatherall Remix)

Wat we tot nu hebben gehoord van Primal Scream’s plaat More Light (releasedatum: 13 mei 2013) slaat de plank alweer mis. Gelukkig maakt deze remix van “2013″ door Andrew Weatherall (Two Lone Swordsmen) veel goed. Lang leve de saxofoon!

Wavves – Afraid Of Heights

Wavves‘ laatste EP Life Sux deed zijn naam eer aan: als deze vluchtige faux-grunge een voorbode was op wat Nathan Williams ons te bieden heeft, zuigt het leven inderdaad als een tandeloze heroïnehoer. Het nieuwe plaatwerk Afraid Of Heights haalt de schade ruimschoots in en past prima in de lijn van de vorige drie full lengths. Hoe kan het ook anders, met behulp van producer John Hill (Christina Aguilera! Rihanna!) doet Nathan Williams waar hij zoals gewoonlijk in excelleert: catchy nummers schrijven waarbij je door de hooks het bos niet meer ziet. Zo ook in opener “Sail To The Sun“, waarbij na wat speeldoos-getinkel het nummer na een wavy baslijn als een ramkraak binnen torpedeert. De tegen het gelikte aan schurende bombastische productie van Hill past goed bij de opgevoerde pop van Wavves. Williams is wat het schrijven van kleine popmonumentjes betreft, om met een vies woord te spreken, meer richting volle wasdom gekomen. Zo neemt Wavves in “Demons To Lean On“, “That’s On Me” en het titelnummer eens de tijd om de gebruikelijk 3 minuten grens te overschrijden, wat de Pixiesdynamica-formule naar een hoger plan tilt. Waar Williams de verschillende uithoeken van het popidioom-in-de-hoogste-versnelling verkent (van de gezapige Troggsliedjes als “Cop” tot de ‘vertrouwde’ lo-fi van “Mystic“), blijven de teksten van een beschamend infantiel kaliber a la “De wereld begrijpt mij niet” of “Het enige wat ik wil is high worden”. Onbegrijpelijk voor iemand die iedere nacht op Bethany Cosentino (Best Coast) mag liggen. Jammer dat hij tekstueel er nog geen haar op heeft, want Wavves kan zich inmiddels muzikaal meten aan andere rock-grootwichten.

Queens Of The Stone Age – My God Is The Sun

Onze  Koningin is bijna afgetreden, lang leve koning Josh Homme c.s.! QOTSA’s nieuwe nummer My God Is The Sun staat op het album “…Like Clockwork“, dat 4 juni verschijnt op Matador.

Giant Drag – Waking Up Is Hard To Do

Waking up is hard to do. Voor uw recensent is dit ook vanmorgen weer een waarheid als een spreekwoordelijke koe. Gelukkig haalt Giant Drag’s Annie Hardy ons voorgoed uit de ochtenddepressie. Zeven jaar na de sublieme debuutplaat Hearts & Unicorns (met Swansong EP uit 2010 als tussenstop) bewijst Hardy  in de tussentijd allesbehalve dan op één oor heeft gelegen. Met zielsverwant Joe Cardamone (The Icarus Line, Souls She Said) achter de knoppen, verruilt ze de dichtgesmeerde Breeders-rock voor meer ruimte voor Hardy’s plagerige mauw stem. Mauw stem? Luister maar naar “We Like The Weather” en (natuurlijk) “Mweoh“, waarin Hardy klinkt als een teleurgesteld poesje dat geen takje peterselie bij haar Sheba krijgt. Mauwende poezen bijten weliswaar niet, Hardy’s gitaargeluid krabt je open als een vals mormel: van het venijnig knarsende “Firestorm” tot de huppelende glamrock van “Sobriety Is A Sobering Experience” (nog zo’n koeienwaarheid..) krijgen een welkome remedie tegen alle menstruerende meisjesdroompop – we noemen maar geen namen – waar we nooit om hebben gevraagd. Neen, in hoogtepunt en afsluiter “Seen The Light” laat Hardy, onder begeleiding van een gospelkoor en een bevergeile Purple Rain-gitaar, ons weten dat er aan het eind van de tunnel nog steeds licht brandt. We hebben weer een goede reden om op te staan.

Mary Ocher + Your Government – Man vs. Air

De Russisch-Israelische omnivoor Mary Ocher zette onlangs met haar nieuwe band Your Government deze korte video van “Man vs. Air” op het interweb. Geproduceerd door garagegeweldenaar King Khan. Naar eigen zeggen is ze uit op werelddominantie. Onze dagen zijn geteld.

My Bloody Valentine – m b v

Na 21 jaar wachten, een handjevol reunietournees en het aanhoren van vuilnishopen aan slappe nu-gazebands, roept My Bloody Valentine ons wachten op nieuw materiaal een halt toe. En wel met het verre van tegenvallende m b v. Alsof het geduld van hun luisteraar niet genoeg op de proef werd gesteld, crashte als klap op de vuurpijl de download server van MBV’s huispagina. Muzikaal valt de crash reuze mee, m b v pikt de draad op waarmee zij op het epische Loveless (1991) eindigden. De ingetogen opener  ”she found now” klinkt daarom misschien zo vertrouwd, wanneer je jezelf gelijk voelt opgeslokt door de uit duizenden herkenbare gitaarnoise-lawines en Kevin Shield’s serene zang. Drums, en Bilinda Butcher’s zalvende fluisterzang, doen pas hun intrede bij opvolger “only tomorrow”. Al gauw merk je dat hun nimmer geëvenaarde shoegaze geluid onderhevig is aan slijtage of voorspelbaarheid. Waar de a-kant met zijn lang uitgesponnen nummers nog min of meer voortborduurt op Loveless, en er gas wordt teruggenomen op “is this and yes” en “if i am”, gaan alle sluizen open vanaf hoogtepunt “in another way”, een euforische MDMA-kick van vijf en een halve minuut gegoten in nullen en enen. Het album eindigt als een steeds harder roterende wervelwind, waarin zwaar gefilterde drum ‘n bass-ritmes de luisteraar met een rotvaart uit z’n schoenen sleuren. Kevin Shields hoeft maar twintig jaar naar zijn schoenen te staren, het resultaat zal toch altijd hemels zijn.

Iceage – You’re Nothing

Ondanks dat het Deense model het vertrouwen in ‘onze’ bestuurders tot een nulpunt bracht, voorziet Denemarken ons van een hoopvoller muzikaal voorbeeld. Na te mogen smullen van recente releases van Lust For Youth, Vår en Lower, is het weer de beurt aan de noisepunkers van Iceage om ons op wat sonische knietjes in de ballen te trakteren. Mooi, we raakten inmiddels uitgekeken op redactiefavoriet New Brigade (2011). Minder lo-fi dan zijn voorganger, maar daardoor niet minder rauw en organisch toont Iceage met You’re Nothing wat zij in huis hebben. Gitaren zo gruizig en fel als een ineenstortend flatgebouw, bedelven nummers als “It Might Hit First”, “You’re Nothing” en “Coalition” onder laag puin dat de trommelvliezen amper bespaart. Net zo chaotisch, opgefokt en bondig als het tumult van hun ultrakorte optredens, geeft You’re  Nothing een nieuwe impuls aan het hardcore-genre. Alsof Warsaw wordt doodgeknuffeld door Black Flag. Nadeel van het sprankelend opgenomen plaatwerk is wanneer zanger Elias Bender Rønnenfelt zijn scheur opentrekt, dat op zijn slechtste momenten veel wegheeft van een impotente dronken zeeman. Dit maakt muzikaal ge(s)laagde nummers als “In Haze” en “Burning Hand” tot lachwekkende gemiste kansen. Want ook al groeien keffende puppy’s op tot Deense dogs, een muilkorf voorkomt de nodige pijnlijke momenten.

Wire – Doubles & Trebles

Na 35 jaar hebben de heren van Wire onwaarschijnlijk hun haar verloren, maar zeker niet hun streken. “Doubles & Trebles“ is het bewijs, hopelijk doet de rest van hun plaat Change Becomes Us (releasedatum: 26 maart op Pink Flag) er niet voor onder.

Bosnian Rainbows – Torn Maps

Nu zijn band The Mars Volta ter ziele is, introduceert gitarist Omar Rodríguez-López ons (in gezelschap van Teri Gender Bender van Les Butcherettes) zijn nieuwe formatie Bosnian Rainbows. Hun nieuwe single “Torn Maps” is hieronder te beluisteren.

White Manna – Acid Head

Marnie Stern – Year of the Glad

Na haar “cruciale derde“ plaat uit 2010, mag gitaarwonder Marnie Stern ons 19 maart weer verblijden met nieuwe full length The Chronicles of Marnia (op Kill Rock Stars). Niks geen kinderachtige fantasyreeks (zoals de titel doet vermoeden), maar wel veel vaginaal gitaargeweld bijgestaan door Oneida‘s Kid Millions op de drums. “Year of the Glad” is een voorproefje van wat komen gaat, hieronder te beluisteren.

Swans at Patronaat

‘Swans speelt extreem luide muziek’ staat bij de ingang van de Patronaat geschreven. Wat voor sommige bezoekers geldt als waarschuwing, geldt voor anderen als minimale eis. Het dragen van gehoorbescherming is geen overbodige luxe bij een optreden van deze  noiserock-titanen. Dit New Yorkse collectief rondom Michael Gira – die tussen 1982 en 1997 menig heilig huisje, trommelvlies en artistieke grens heeft platgeslagen – is drie jaar na haar wederopstanding de streken van weleer nog niet verleerd. Na een onophoudelijke reeks optredens en twee verbluffende platen (My Father Will Guide Me Up a Rope to the Sky en het recente The Seer) heeft Swans nog nooit zo relevant geklonken, en vooral ook verfrissend. Oude meesters die de huidige generatie laten zien hoe het moet, hoe heeft het zo ver kunnen komen?

Continue reading ‘Swans at Patronaat’

Rooie Waas – Het is Maar Een Constatering

Een recensie van een Nederlandstalige plaat op INDIE INDIE, dat is toch zo schaars als de morele verantwoordelijkheid van Fred Teeven? Het Is Maar Een Constatering van het hoofdstedelijk Rooie Waas is de onvermijdelijke uitzondering die ‘onze’ taal meer dan recht doet. Deze satansbaby van Gijs Borstlap en Mikael Szafirowski dendert met haar elektronische kakofonie over je heen als een bataljon Thaise jongetjes. Sommigen zullen meteen aan de noise van Wolf Eyes denken, gestuwd door loodzware industriële ritmes van Laibach en Consolidated; het geluid valt beter te omschrijven als een brandende poppenwagen die je kutwerk binnenrijdt (om een bekende ezel-liefhebber te parafraseren). Niet in de laatste plaats door de pijnlijk herkenbare teksten, die het onbehagen in onze cultuur maar al te goed verwoorden. Egoïsme, verlangen, sleur, ambitie; thema’s die ons dagelijks bestaan tot een volslagen absurd geheel maken, weet Borstlap met weinig woorden maar al te doeltreffend neer te zetten. Wie verliest er nou niet zijn beheersing door het stupide gedrag van anderen (“Denk je nou dat ik eeuwig de tijd heb en wachten blijf/twee minuten die ik nooit meer terugkrijg/KUTWIJF!” in hoogtepunt “Rooie Waas”), of het absolute eigen gelijk (“Zit je lekker in je vel”, de “Kom van dat dak af” van de huidige generatie). Een nieuwe muzikale mijlpaal in ons verkankerde rotlandje.

Dum Dum Girls – End Of Daze EP

Na de hemelse EP He Gets Me High en de teleurstellende langspeler Only In Dreams hebben Dum Dum Girls met End Of Daze EP hun juiste vorm gevonden. Voor EP’s luidt het credo immers less is more, hoewel je bij End Of Daze niet gauw uitgeluisterd raakt. Met vaste prik Richard Gottehrer en Sune Rose Wagner (The Raveonettes) achter de knoppen, hebben zangeres/componiste Dee Dee c.s. hun formule van galmende wegdroompop en een fuzz-geladen wall of sound verbeterd en verfijnd tot vijf heerlijk zwijmelende songs die je doen surfen op je opblaaskrokodil. Zo klateren de drums van “I Got Nothing” lekker voort terwijl Dee Dee verdrinkt in apathie (zelfkennis!), terwijl ze in het oceanische “Lord Knows” om vergiffenis smeekt. Dee Dee verdient een pluim  voor haar bewerking van “Trees And Flowers” van Strawberry Switchblade, dat het potsierlijke origineel verzekert van een plaats in de vergetelheid. De afsluiter “Season In Hell” doet helaas zijn naam eer aan en is de enige teleurstelling; we zijn afgelopen decennium al genoeg geteisterd met The Cure en New Order-soundalikes. Een smetje op een daas die niet mag eindigen.

Magic Wands – Aloha Moon

Eens in de tien jaar verschijnt er zo’n plaat die bij iedere luisterbeurt spontaan een flinke dosis dopamine en feromonen bij de muziekconsument aanmaakt en idiote vlagen van verliefdheid losmaakt, zoals bij Evol of Loveless. Aloha Moon van jongen-meisje-liefdespartners Magic Wands is ook zo’n plaat waar de (hunkering naar) liefde van af druipt. Om de afstand tussen Los Angeles en Nashville enigszins te slechten, schreven bandleden Chris en Dexy nummers voor elkaar om de romance levend te houden. Eenmaal bij elkaar in L.A. en een aantal tournees met Black Keys en The Horrors verder, was het onvermijdelijk om hun muzikale liefdesbaby te dopen tot het genre lovewave: een verfrissende samensmelting van de minst uitgekauwde elementen uit shoegaze, dreampop, chill wave en de betere eighties synthpop, die de perfecte soundtrack biedt voor een tropische nachtwandeling. Muzikaal wil deze liefdesplaat maar niet gezapig worden; de man-vrouw samenzang, blinkende gitaren en gedateerde goedfout-ritmes zijn de sleutel tot parels als “Space”, “Teenage Love” en vooral “Black Magic”. Waarom deze laatstgenoemde zich niet als een olievlek over de al papegaaiende blogospehere heeft verspreid, ondanks dat Aloha Moon reeds in april officieel het levenslicht zag, is hopelijk de schuld van Gotye en Carly Rae Jepsen. Hoe dan ook, aan INDIE INDIE om jullie internetters wat liefde bij te brengen.

Thee Oh Sees – Putrifiers II

Je kan er vergif op innemen dat Thee Oh Sees ons ieder jaar weer zal verheugen met een nieuw plaatje dat er ingaat als boterkoek en ons niet na één luisterbeurt verzadigt. Anders dan zijn razende voorganger Carrion Crawler/The Dream, laat de groep rondom oprichter John Dwyer het garage-idioom ditmaal achter zich om te tappen uit een psychedelicavaatje (het blijven immers San Franciscanen). De erupties van galm blijven, de fuzzgitaren zijn weer moddervet; alleen de ritmes zijn dit keer onderhevig aan wat motorik. In “Waxface” en het meesterlijke “Lupus Dominus” pretenderen de drie heren en dame sans gene dat Krautrock is ontsproten uit San Francisco, terwijl “Hang A Picture” en “Flood’s New Light” een hele stap voorwaarts zijn ten opzichte van hun gefossiliseerde stadsbewoners uit de flower power tijd. Helaas bestaat de rest van de plaat uit voortkabbelende niemendalletjes (de titeltrack “Will We Be Scared”), om maar te zwijgen van “So Nice” dat in tegenstelling tot wat de titel doet vermoeden, voelt als sonische waterboarding. Voor Putrifier II geldt net als bij iedere vorm van psychedelica: na iedere high volgt de low.

INDIE INDIE’s Incubate tips

Het blik met onoverschatbare bands uit de underground en de avant-garde dat Incubate ieder jaar opentrekt, lijkt met het jaar zwaarder, groter en smakelijker te worden. Was vorig jaar het exclusieve concert van Lustmord een (jawel) lust voor ogen, oren en andere erogene zones. Dit jaar komen we zintuigen te kort. Over het Sloveense Laibach kan men lang uitweiden, maar hun landgenoot en filosoof Slavoj Žižek weet deze conceptuele industrialband lispelend in drie minuten treffend neer te zetten. Continue reading ‘INDIE INDIE’s Incubate tips’

Frankie Rose at OT301

Op deze druilige zomeravond mag schuilen onder de paraplu van Frankie Rose zeker geen straf heten. Bekend om haar niet onverdienstelijke getrommel bij Vivian Girls, Dum Dum Girls en Crystal Stilts, floreert het songschrijftalent van Frankie Rose vooral onder eigen naam. Zo ook het dit jaar verschenen Interstellar, een haast pastorale popplaat gehuld in een dromerige  wave-walm. Verfrissend, maar niet zo verfrissend als haar debuut Frankie Rose & The Outs (2011) waarin zij ‘haar’ andere bands qua originaliteit en catchiness op alle gebieden voorbijstreeft.  Met twee sterke platen op zak mogen we wel verwachten dat Frankie met twee vingers in haar spreekwoordelijke neus het publiek van de OT301 een zweetregen bezorgt. Continue reading ‘Frankie Rose at OT301′

Extra Life – Dream Seeds

Extra Life - Dream Seeds

Dat de sublieme voorgangers Secular Works en Made Flesh van artrock-band Extra Life nooit de volledige erkenning zullen krijgen die zij verdienen, geldt als een donkere bladzijde voor de muziekjournalistiek en zelfverklaarde ‘connaisseurs’. Hopelijk verandert dit met nieuweling Dream Seeds, waarbij het collectief rondom de technisch begaafde gitarist/zanger Charlie Looker (ex-Dirty Projectors, Zs) dezelfde streken uithaalt, zij het in de vorm van een conceptalbum: als een Morrissey die zijn Gregoriaanse toonladders oefent zingt Looker over zijn nachtmerries omtrent kinderen (de beste man is schoolmeester in het dagelijks leven). Begint de plaat met No Dreams Tonight ingetogen en minimaal, op Righteous Seed haalt het (inmiddels afgeslankte) collectief de mathematische ritmes en brommende baritongitaren uit de kast en doet waar ze het best in is: het brengen van technisch vernuftige maar onheilspellende verhalende songs die – in dit geval – geen minuut te kort duren. Onheil verandert in ongekende wreedheid in Discipline For Edwin (‘I’ll break your arm boy when your mother’s not around / Where’s my wooden club?’), terwijl Blinded Beast en Ten Year Teardrop voortkabbelen als een lucide nachtmerrie.